Soms ligt een bijzondere steen jaren tussen andere stenen, tot iemand langer kijkt dan alleen naar de kleur.
In Itoigawa, een stad in de Japanse prefectuur Niigata, zoeken mensen al lang jade in de rivier. Tussen die stenen zaten ook blauwe keien. Op 27 februari 2026 maakte het Nationaal Museum van Natuur en Wetenschap in Tokio bekend dat een deel van die blauwe stenen lapis lazuli is. Het is de eerste keer dat lapis lazuli in Japan met laboratoriumonderzoek is bevestigd.

Hoe de steen tevoorschijn kwam
Twee mensen uit de streek hadden jarenlang lokale stenen verzameld, vooral jade. Na hun overlijden bewaarde een lokale jadezaak die verzamelingen. Daartussen lagen blauwe stenen.
Onderzoeker Koichi Momma van het museum vertelde in oktober 2026 hoe het verderging. Zijn collega Satoshi Matsubara bekeek de stenen en dacht: dit zou lapis lazuli kunnen zijn. Een stukje ging mee naar het laboratorium. De metingen klopten.
De grootste steen is ongeveer 20 centimeter. Hij komt uit de bedding van een zijrivier van de Hime, een rivier die in dit gebied bekend is om jade. De precieze plek houdt het museum nog voor zich, omdat het onderzoek doorgaat. Een rivierbedding verandert na smeltwater en hoogwater. Bij een latere zoektocht lag de steen daardoor niet zomaar weer op dezelfde plek.
Waarom onderzoekers dit niet verwachtten
Lapis lazuli is wereldwijd zeldzaam. Het museum schrijft dat de steen al meer dan zevenduizend jaar als edelsteen bekend is. Heel lang kwam edelsteenkwaliteit vooral uit het noordoosten van Afghanistan. Andere bekende gebieden liggen in Chili en bij het Baikalmeer in Rusland.
Momma legde uit waarom Japan zo onwaarschijnlijk leek. Lapis lazuli ontstaat waar heet gesteente diep in de aarde kalksteen verandert. Dat gesteente moet weinig silica bevatten. Silica is de stof waar kwarts voor een groot deel uit bestaat, en in veel Japanse gesteenten zit daarvan juist veel. Daarom was de gewone gedachte: lapis lazuli komt in Japan niet voor.
De Japanse stenen horen bij een ingewikkeld stuk aardkorst. Jade uit Japanse opgravingen werd vroeger ook voor import gehouden, tot vondsten bij Itoigawa lieten zien dat de steen daar zelf vandaan kon komen. Bij lapis lazuli gebeurde iets vergelijkbaars: de steen lag er, en bijna niemand rekende erop.
Een steen is soms een gezelschap
Lapis lazuli is een gesteente: een mix van mineralen. Het blauw komt vaak van hauyn, een blauw mineraal. In veel stenengidsen, ook op deze site, heet dat blauwe mineraal lazuriet. Die twee namen liggen dicht bij elkaar. Het verschil zit in de precieze samenstelling, en dat zie je pas in het laboratorium. Soms zit er ook sodaliet in. Witte stukjes zijn vaak calciet. Goudkleurige spikkels zijn meestal pyriet.
In de Japanse stenen vonden de onderzoekers dat patroon terug, met een eigen draai. Bij de meeste stenen kwam het blauw van hauyn. Bij één steen was sodaliet het blauwe mineraal. Er zaten ook mineralen bij die niet bekend zijn uit de beroemde lapis lazuli van Afghanistan of Chili. Die mix hielp om te laten zien dat dit lokale stenen zijn. Het was geen buitenlandse steen die iemand in de rivier had achtergelaten.

Kleur is een aanwijzing
In Itoigawa waren blauwe stenen al bekend onder een andere naam: dumortieriet, ook een blauw mineraal. Een deel van de lapis lazuli was op het oog voor dumortieriet aangezien.
Kleine blauwe keitjes op het strand waren eerder weggezet als buitenlandse stenen, uitgestrooid bij een publieke zoekdag. Later bleek dat bij die zoekdag alleen jade was gebruikt. De blauwe strandsteentjes kunnen dus met de rivier mee zijn gekomen, net als de jade.
Na het nieuws brachten mensen meer blauwe stenen binnen. Het museum meldt dat er toen meer dan tien extra stukken lapis lazuli zijn herkend. Van 14 juli tot en met 6 september 2026 lagen Japanse stenen in het museum in Tokio naast lapis lazuli uit Afghanistan, zodat bezoekers ze konden vergelijken.
Zo keken de onderzoekers
Ze deden drie dingen die je met het blote oog niet kunt.
Ze maten de chemische samenstelling, dus welke stoffen erin zitten.
Ze gebruikten röntgenstraling om te zien hoe de atomen zijn gerangschikt. Dezelfde stoffen kunnen namelijk op meer dan één manier op elkaar zitten.
En ze maakten een slijpplaatje: een plakje steen, zo dun dat je er licht doorheen kunt laten vallen. Onder de microscoop zie je dan welke mineralen naast elkaar zitten.
Dat is een mooie les voor een verzameling. Een kleur maakt nieuwsgierig. Een naam wordt pas betrouwbaar als iemand ook verder kijkt, of eerlijk zegt wat nog onzeker is.
Zelf een blauwe steen bekijken
Leg lapis lazuli eens naast sodaliet. Allebei kunnen ze blauw zijn, met witte stukjes. Lapis lazuli heeft vaak goudkleurige pyrietspikkels. Sodaliet heeft vaker witte lijnen of wolkjes, en meestal geen goud.

Kijk hier eens goed naar
- hoe diep het blauw is
- witte stukjes, aders of wolkjes
- goudkleurige spikkels
- of de steen uit een mix lijkt te bestaan
- het verschil met een sodaliet ernaast
Van gemalen lapis lazuli maakten schilders vroeger het pigment ultramarijn. De Nederlandse schilder Johannes Vermeer gebruikte dat blauw, onder andere in de hoofddoek van Meisje met de parel. De vondst in Itoigawa laat zien dat zo'n bekende steen nog steeds een verrassing kan zijn, als iemand de tijd neemt om goed te kijken.
Waar dit vandaan komt
De feiten in dit verhaal komen uit de persverklaring van het Nationaal Museum van Natuur en Wetenschap in Tokio van 27 februari 2026, uit de toelichting bij de tentoonstelling van 14 juli tot en met 6 september 2026, en uit een interview met onderzoeker Koichi Momma van 27 oktober 2026. De foto's op deze pagina zijn voorbeelden van lapis lazuli en sodaliet. Het zijn niet de Japanse vondsten.

